De eerste honingoogst is deze week binnengehaald en opgepot, best wel vroeg dankzij weer een gunstig voorjaar. Dat betekent dat er aan het begin van de zomer, ongeveer eind juni, alweer een tweede oogst wordt verwacht met daarin onder andere veel nectar van bomen als linde en acacia. Dit keer is er ook crèmehoning leverbaar, voor mij een primeur.
![]() |
| Van links naar rechts: mijn verse lentehoning, de gebruikte enthoning (op koolzaadbasis) en de crèmehoning na drie dagen roeren als resultaat |
In Nederland is crèmehoning minder in zwang dan in andere Europese landen. Wat is het eigenlijk? In het rivierengebied bevat vroeg geoogste voorjaarshoning relatief veel nectar die afkomstig van wilgen en fruitbomen. Deze nectar heeft een wat groter gehalte aan glucose en daarom de neiging om al vrij snel tamelijk grof te kristalliseren. Op zich een kwaliteitskenmerk van natuurlijke honing maar niet iedereen vindt dat even prettig. Bij crémehoning wordt dit vermeden, dit is honing waarin de kristalvorming gecontroleerd verloopt.
De voorjaarshoning wordt eerst vermengd met ca. 8% zeer fijne crèmehoning op basis van koolzaad, de zgn. enthoning. Deze enthoning fungeert nu als het ware als blauwdruk voor de kristalvorming die nu diret versneld op gang wordt gebracht door een paar dagen te roeren (in mijn geval 3 x per dag 5 minuten lang). De nieuw gevormde kristallen blijven net als in de enthoning zo microscopisch klein dat ze geen harde (kristal)structuren kunnen vormen. Uiterlijk verandert de honing daarbij van helder en geel naar dof en wit, dit komt doordat de lichtbreking verandert. Het eindresultaat is een smeuige, goed smeerbare honing met blijvend ongeveer de consistentie van chocopasta.
Voor de na het voorjaar geoogste honing is dit proces niet nodig, deze honing blijft van zichzelf lang vloeibaar, tot diep in het najaar. Inmiddels zijn er voor de nu geoogste honing al afnemers gevonden, de crèmehoning is nog wel leverbaar.


