| Een oude zomerdijk in de uiterwaard bij Gameren |
Voordat er bestuivingsinsecten waren bestond er alleen windbestuiving en hadden bloemloze grassen en varens de overhand. Bloemen en bestuivingsinsecten als bijen schijnen zo'n 80 miljoen jaar geleden samen te zijn geëvalueerd. Logisch, want hoe zou de bij kunnen overleven zonder deze leverancier van nectar en stuifmeel. Omgekeerd hadden bloeiwijzen als bloemen de bijen nodig om hun evolutionaire overwicht te verkrijgen. Evengoed opmerkelijk, zo'n stevige houdgreep.
Veel
mensen staan er niet bij stil dat ook bomen bloemen dragen en bomen
spelen dan ook een grote rol in het leven van insecten. Een flinke boom
heeft immers meteen zomaar honderden of duizenden bloemen. In het
Rivierengebied gaat het dan uiteraard om fruitbomen zoals in de Betuwe
maar zeker ook om bomen als de hazelaar, wilg, esdoorn, linde, robinia,
meidoorn, sleedoorn, kastanje, lijsterbes, vogelkers etc. Verder zijn
hier de uiterwaarden altijd binnen het vliegbereik van de bijen, dat is
gunstig want buitendijkse bloemen en planten groeien in het wild en door
de dynamiek van de rivier ontluiken steeds weer andere soorten.
In
de lente is er aan dracht geen gebrek. Eind januari kan tegenwoordig al
de hazelaar in bloei staan en wilgen en esdoorns volgen dan al snel,
gevolgd door een hele serie andere drachtplanten. Begin juni wordt het
al wat minder, hoewel dan de lindebomen in bloei komen. Hartje zomer
volgen wijdverbreide planten als (witte) klaver, distels, kattenstaart
en het seizoen wordt afgesloten met de bloei van balsemien en heide.
Niet alle planten zijn echter van even veel belang voor de nectar of
stuifmeel. Een indeling van drachtplanten naar nectarwaarde en
pollenwaarde, ineen schaal van 0 tot 5, is te vinden op Imkerpedia_drachtplanten.De
opwarming van de aarde heeft ook zo zijn effecten op het bijenleven: in
de oude handboekjes lees je dat je begin september al moet hebben
ingewinterd, tegenwoordig is dat vaak wel drie weken later.
| De paarse Kattenstaart komt veel voor langs de rivieren |
De honingbij is bloemvast, als er van een bepaalde plant maar weinig bloemen zijn dan levert
een vlucht te weinig op om voor de honingbij van nut te zijn. Speurbijen
beoordelen een drachtplant niet alleen op nectar en/of stuifmeel
per bloem, maar vooral ook op de (massale) hoeveelheid aanwezige bloemen. Honingbijen
blijven gedurende één vlucht op dezelfde bloemsoort
vliegen en gaan niet, zoals hommels, van de ene bloemsoort naar de
andere. Bij een goede dracht blijft de honingbij ook over meerdere
vluchten dezelfde bloemsoort bevliegen, totdat deze is uitgebloeid.
Dat maakt de honingbij voor fruittelers ook zo geschikt voor de
bestuiving: in theorie zal een volk dat in een boomgaard op de
fruitbloesem vliegt de paardenbloemen er vlak onder gewoon laten staan.
Hieronder
zijn in een video een aantal afbeeldingen bijeengebracht van bomen en bloemen die in
het Rivierengebied veel voorkomen, vaak opmerkelijk complexe vormen en
samenstellingen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten