| Het prachtig gebouwde hoornaarnest bij het Kloosterwiel, met vlakbij het uiteinde van de zuigbuis |
| Harrold haalt na gedane werkzaamheden de zuigbuis weer naar beneden |
Blog over imkerij de Boterkampen in en rond Zaltbommel: over het bijenleven en de natuur en herkomst en samenstelling van de honing
| Het prachtig gebouwde hoornaarnest bij het Kloosterwiel, met vlakbij het uiteinde van de zuigbuis |
| Harrold haalt na gedane werkzaamheden de zuigbuis weer naar beneden |
![]() |
| Bij kasteel Neerijnen: links een ouder volk en rechts een nieuw volk dat zich voortvarend ontwikkelde |
![]() |
| In de zelfplukboomgaard bij Zaltbommel: midden een ouder volk van vorig jaar, geflankeerd door twee jonge volken die de winter gemakkelijk zullen doorstaan |
Daar staan ze weer, klaar om de winter te trotseren. Relatief vroeg in het seizoen, want voor de bijen is de zomer eind juli al zo’n beetje afgelopen. Het aanwezige broed loopt nu uit en er worden uitsluitend nog winterbijen gevormd. Deze dienen de winterperiode te overbruggen en blijven daarom veel langer leven. Ze ruimen pas weer het veld in het vroege voorjaar om plaats te maken voor de eerste werksters, die dus wel flink aan de bak moeten.
De overstap naar een kleinere celmaat (zie eerdere post) is boven verwachting verlopen. Het voorjaar was wel nat maar verliep ook relatief warm,
zodat de bijen de nieuwe kunstraat met celmaat 5,1 mm snel wisten uit te
bouwen. Drie van de vijf volken zitten nu al volledig op uitgebouwde nieuwe 5,1
mm raten, de twee andere volken hebben nog zo’n vier oude raten per kast die ik in de loop van 2025 nog eruit moet werken. En alle volken zitten nu in kasten met 11 raten in plaats van 10 zoals voorheen.
De bijen zijn zo dus compacter gehuisvest (ca. plus 28% om precies te zijn) en dat verbetert de warmtehuishouding
aanzienlijk.
Op de foto's zie je dat elk volk nu nog wel in meerdere broed- en/of honingkamers zit. Dat is echter maar tijdelijk, de honing en stuifmeel die onderin zit slepen ze nog voor de winter invalt omhoog, naar boven en rondom het broednest. Aan het eind van de winter is alle voer opgesoupeerd en zitten ze alleen nog in de bovenste kasten. De onderste kasten kan ik eind februari weghalen, reinigen en klaarzetten voor hergebruik.
Alle vijf volken zijn ingewinterd op ongeveer 60% eigen honing, aangevuld met een oplossing van invertsuiker in een optimale samenstelling. Tot ongeveer eind februari hoef ik eigenlijk niets meer te doen. Volop ruimte voor studie en overpeinzing dus. Zoals waarom bijenhouden toch zo fascinerend blijft. Eén reden is omdat je je als imker diepgaand in hun levenswijze moet kunnen verplaatsen. Redeneren als een bij en eens eventjes niet als mens, daar wordt je vanzelf wat ruimdenkender van.
De regelmatige afnemers van honing moet ik dit jaar teleurstellen: doordat volken na zwermen verzwakt zijn is er onvoldoende voorjaarshoning om te oogsten. Drie van de vier bijenvolken kwamen aanvankelijk sterk genoeg de winter uit en ontwikkelden zich ook goed. Tijdens een periode met koud en slecht weer van bijna twee weken in de tweede helft van april kon ik echter niet preventief ingrijpen door zwermcellen te breken en ontstond bij de bijen bovendien het urgente "kast te vol" gevoel dat meestal de aanzet is om te gaan zwermen.
Na zulke perikelen gaat er geruime tijd overheen voordat volken weer zijn aangesterkt. Reken maar uit: na het vertrek van de zwerm loopt de nieuwe koningin eerst ongemerkt (want geurloos) rond in het volk (5 dagen), gaat dan op bruidsvlucht om met darren te paren (weer 5 dagen) en begint dan binnen een paar dagen hopelijk te leggen. Nieuwe werksters worden dan na 21 dagen geboren: in totaal duurt het dus ongeveer een maand tot vijf weken voordat de honingproductie weer langzaam op gang komt. In die periode worden de bestaande honingvoorraden opgesoupeerd.
De natuur en zeker de bijen....je wordt vanzelf filosofisch en beseft dat je ze niet aan het lijntje hebt. Ik verwacht wel dat ik ongeveer midden juli, aan het eind van het drachtseizoen, nog een beperkte hoeveelheid honing zal kunnen oogsten.
Schitterend weer natuurlijk dit weekend. Het lijkt erop dat de 3 grotere volken plus de 3 kleine volkjes (in zesramers) de winter goed zijn doorgekomen. Eén zesramer oogt wel nogal zwakjes, na enkele minuten wachten stiefelde er gisteren dan eindelijk een bijtje met een klompje stuifmeel naar binnen. Voorlopig beter nog even vanaf blijven. Ik heb wel de kastbodems verschoond en de onderbakken weggehaald.
Dit jaar wil ik voor alle volken een overstap maken naar kleinere cellen. De gangbare celmaat in Nederland is 5,4 mm, na een tussenstap van 5,1 mm zou dit in ca. 2 tot 3 jaar 4,9 mm kunnen worden. Bijen die zwermen en in de natuur verder gaan komen meestal uit op een celgrootte van rond 5 mm. Hoe kon 5,4 mm dan toch gangbaar worden? Dat was de vooral de invloed van de experimenten van de Belgische professor Baudoux die in de Congo grotere bijen aantrof die meer honing konden transporteren. Met zijn verhaal wist hij begin vorige eeuw de producenten van kunstraatpersen te overtuigen.
![]() |
| In deze vier kasten zijn de metalen afstandsrepen voor 10 ramen vandaag vervangen door afstandsrepen voor 11 ramen |
Wat is het voordeel van kleinere cellen? Als er in plaats van 10 raten 11 raten in een broedkast worden gebruikt, terwijl elke raat zelf zelf ook meer bijen/broedcellen huisvest, wordt bij elkaar genomen het aantal cellen per kast ca. 28% groter. Dit geeft een betere warmtehuishouding en ook een iets kortere broedduur. De koningin heeft hiermee voortaan genoeg broedruimte in maar één kast, een tweede kast hoeft er niet meer onder. Dat is prettig want bijvoorbeeld bij het zoeken van de koningin kan die niet meer van de ene kast naar de andere van je vandaan lopen.
![]() |
| Een hoekje van ca 8 %% van het totale raamoppervlak is in de nieuwe raat met 5,1 mm celmaat weggesneden. De bijen bouwen hier de darrencellen die voor de varroamijt aantrekkelijk zijn |
Voornaamste argument is voor mij echter dat de varroamijt minder graag eitjes legt in kleinere cellen. Als je dan ook nog van elke nieuwe kunstraat een hoekje afknipt met een oppervlak van ca. 8% zullen de bijen deze vrije ruimte gebruiken om zelf de grotere darrencellen te bouwen. De varroamijten zijn dan extra geneigd om naar deze hoekjes darrenraat te verhuizen, met als gevolg dat in elke darrencel te veel varroa-eitjes worden gelegd. Het gunstige effect daarvan is dat de reproductie van varroamijten wordt gehinderd en de mijtenpopulatie afneemt. Je creëert hiermee feitelijk een vorm van een biologische mijtenval.
Het daadwerkelijke effect moet zich nog wel bewijzen. Het is ook wat bewerkelijk en kost tijd maar volgens mij is dit een zinnige extra manier om de varroamijt zonder gebruik van zware middelen te bestrijden.
Op zaterdag 14 oktober is er weer de traditionele zelfplukdag (zelfplukboomgaard.nl) in de boomgaard van Wouter van Teeffelen onder aan de dijk naar Gameren, even voorbij het Kloosterwiel. Zowel het adoptieboomgedeelte achteraan als het 'vrije pluk' gedeelte vooraan hangt dit jaar flink vol met blozend rode Jonagold appels. Hier in de boomgaard kunnen de appels volop afrijpen en de smaak is dan uitstekend. Ik ben er in elk geval deze zaterdag zelf ook om honing aan de man te brengen en meer te vertellen over de bijen.
![]() |
| Deze flinke klimopstruik torent hoog uit boven het dak van de bijenstand in de zelfplukboomgaard |
![]() |
| Om te voorkomen dat muizen in de winter de kasten binnendringen, zijn alle kasten inmiddels voorzien van vlieggatverkleiners zoals hierboven |
Vandaag een wandeling gemaakt van maar liefst zes kilometer door de Heesseltsche Uiterwaarden. Na alle mobiliteitsperikelen is het nu vrij zeker dat het goed komt en kijk ik weer vooruit naar begin 2024.
Dit voorjaar begon met drie bijenvolken en inmiddels zijn dat er zes. Ik kon half juni een nazwermpje oppikken in Gameren-dorp en kocht bovendien twee kleine volkjes in zesramers van imker Pim in Elshout. Deze zijn bijgevoerd met suikerdeeg en nu alle groot genoeg om in 6-raams kastjes te overwinteren. Zo is er wat speling als een volk de winter minder goed door komt, het kan dan worden samengevoegd met een ander, wat sterker volk.
Het blijkt dat de Aziatische Hoornaar zich inmiddels ook in onze streken heeft gevestigd. Deze zomer zijn in Zaltbommel nabij de Thorbeckestraat en in Rossum voorjaarsnesten aangetroffen en opgeruimd. Afgelopen week werd een groot zomernest opgespoord, hoog in een boom nabij de oude watertoren van Zaltbommel. Dit opsporen gebeurde deze keer doordat lokale imkers een wiekpot met lokstof ophingen als middel om een werkster te vangen. Deze werkster werd door professionele bestrijders uitgerust met een zendertje dat dan de nestlocatie aangeeft als de werkster terug vliegt.
Overigens geven hoornaars over het algemeen minder overlast dan wespen. Ze zullen alleen steken wanneer ze zich bedreigd voelen, zoals wanneer je hun nest te dicht nadert, misschien zonder het te weten. Dat kan vooral met de kleinere nesten in het voorjaar gebeuren, een zomernest is vaak onbereikbaar. Hieronder twee filmpjes van specialisten van de provincie Gelderland, op een hoogwerker aan het werk om het nest onschadelijk te maken (bron: Bijenvereniging Bommelerwaard).
De Europese variant heeft een geel achterlijf en een roodachtig borststuk, de Aziatische variant heeft een zwart(er) achterlijf en een zwart borststuk en de donkerbruine poten hebben gele uiteinden. Beide zijn meestal groter dan 2 cm.
Verder wordt ook de Stadsreus tegenwoordig veel vaker gezien:
Dit is geen wesp maar een zweefvlieg met een grootte tot ca. 2,5 cm. Hij steekt niet en is volkomen ongevaarlijk. Door de klimaatopwarming komt hij nu steeds vaker ook in Nederland voor. Hij wordt ook aangeduid als Hoornaarzweefvlieg en inderdaad: hij profiteert van de gelijkenis met de hoornaar en schrikt zo andere insecten af. Zo'n imitatie wordt aangeduid als mimicry en komt vaker voor in de evolutie.
![]() |
| Meidoorn in de Heesseltsche uiterwaarden begin mei van dit jaar. met Konikpaarden op de achtergrond |
![]() |
| De bijenstand voor de tuinmuur bij Huis Neerijnen |
Op Bommels Buiten was deze week mooi live te zien hoe een bijenzwerm het luchtruim kiest. Collega Dirk van der Linden, die de kasten verzorgt nu ik even niet mobiel ben, had vorig weekend een koninginnenrooster gelegd tussen de twee broedbakken (geel en groen) van een volk. De bedoeling daarvan was om dit weekend het volk in twee aparte volken op te splitsen, om zo de zwermdrang weg te nemen. Hij was echter een dag te laat: tuinontwerpster Carien van Boxtel (foto en video) zag gisterochtend tot haar grote verwondering hoe een flinke wolk bijen zich via de vliegspleet naar buiten drong en met luid gezoem en geraas zich als zwermtros wilde verzamelen in een pruimenboompje op enkele meters afstand ( zie de video).
Deze keer ging dat echter niet: de bijen konden wel naar buiten maar de koningin zat opgesloten boven het rooster van Dirk en kon dus niet mee. In de video zie je dat de bijen nog wel een tros beginnen te vormen maar al snel doorhebben dat de koningin niet meegekomen is. En ja...een zwerm zonder koningin heeft nul toekomst. De beslissing wordt al snel genomen. Op de foto hieronder zie je hoe de bijen terug vliegen naar het dak van de kast en dan naar beneden via de vliegspleet de kast weer inlopen.
Dit jaar is alles anders: doordat ik na een voetoperatie over een periode van meerdere weken moet herstellen, kan ik in die tijd niet bij de bijen komen. Heel erg is dat ook weer niet want na de winter is rust geboden en moeten de volken eerst nog flink op krachten komen. Ik heb ze alvast een beetje geholpen door in de laatste week van februari al de muizenroosters te verwijderen, de onderkasten te verschonen en deze weer terug te plaatsen, zodat er ruimte is voor groei.
Maar deze week is het drachtseizoen dan toch echt losgebarsten. Hierboven een foto van bloeiende kersenbomen in de binnentuin bij de ingang van het Jeroen Bosch-ziekenhuis. Traditioneel geldt de kersenbloei als het begin van het drachtseizoen. Een weekje daarvan loop ik dus mis maar volgende week wordt het alweer gevoelig kouder. Begin april, dus direct daarna, ben ik naar verwachting weer redelijk mobiel en kan ik de honingopslagkamers plaatsen.
Afgelopen zaterdag werd het imkerjaar in stijl afgesloten met de plukdag in de zelfplukboomgaard bij het Kloosterwiel in Zaltbommel. De opkomst was boven verwachting, geholpen door het rustige, vriendelijke weer en doordat de lockdowns eerdere bezoeken niet mogelijk maakten. De boomgaard werd compleet leeg geplukt, alleen de boomadoptanten kunnen nu nog bij hun eigen boom terecht.
Vandaag de laatste kastcontroles uitgevoerd voordat de herfst invalt, de kasten gaan vanaf nu in principe voor eind februari niet meer open. In de meeste volken zag ik nog open en gesloten broed en de bijen zelf vliegen ook volop, ongetwijfeld vanwege de mooie nazomer. Ik heb wel bij alle kasten muizenroosters geplaatst, zodat veldmuizen zich geen toegang kunnen verschaffen tot al dat lekkers. Je moet daar nooit te lang mee wachten, anders heb je kans dat je muizen insluit in plaats van buitensluit.
![]() |
| Muizenrooster voor de vliegopening; liever iets te vroeg dan te laat |
Uiteindelijk wordt dit nogal wisselende jaar toch nog goed afgesloten met in totaal zes sterke volken op drie bijenstanden. In Neerijnen zijn twee zwakkere volken verenigd tot één sterk volk dat aan de vliegbewegingen te zien nu zijn draai gevonden heeft. Daar staat verder ook het volk dat is uitgegroeid uit de in juni van dit jaar geschepte zwerm. Dat oogt heel vitaal, ik verwacht dat dit volk komend voorjaar flink zal halen.
Er komt trouwens ook nu nog volop stuifmeel binnen, de bijen hebben met dit weer sowieso een flinke actieradius. En er groeit nog van alles, zoals:
| Langs de Roozenbogerd bij Oensel staat nog een aardig veld zonnebloemen |
| De knoppen van deze klimop gaan een dezer dagen open, altijd een welkome dracht aan het eind van het seizoen met hoogwaardig stuifmeel en nectar |
| Deze enorme struik staat pal boven de bijenstand in de zelfplukboomgaard bij het Kloosterwiel, hoe dichtbij wil je het hebben |
| Eh...ja...hoe heet ie ook al weer |
Helemaal voorbij is het seizoen ook weer niet, in mijn beleving is de echte afsluiting altijd pas met de Bommelse Appeldag in de zelfplukboomgaard van Wouter van Teeffelen bij het Kloosterwiel in Zaltbommel. Dit jaar is dat op zaterdag 16 oktober. Ik ben er dan ook, voor die dag houd ik altijd voldoende honing voor verkoop achter de hand.
Vertrokken voor de winter dus, laat hem maar komen die poolwervel
PS - Akkermelkdistel...
In de winter zouden ze alleen maar meeëten en de werksters zijn daar niet van gediend. Ze worden weggejaagd als ze willen eten, uiteindelijk verzwakken ze van de honger en kunnen ze gemakkelijk de bijenkast uit worden gewerkt. Dat gaat er niet zachtzinnig aan toe. Op de vliegplank kun je dan zien dat soms nog hevig tegenstribbelende darren door meerdere werksters tegelijk naar buiten worden gesleurd en van de rand van de vliegplank gekieperd. Hoe onsentimenteel.
Ik had mijn camera niet bij me maar hieronder ter illustratie een aardig filmpje van imker Eugeen van Hove. Op het midden van de vliegplank zit een hele verzameling verzwakte/versufte darren. Let op hoe hen zo nodig de toegang wordt ontzegd of ze over de rand van de vliegplank worden gewerkt.
Op 9 juni schepte ik deze prachtzwerm in een heg bij een woonhuis in Kerkdriel, in een mooie puntzakvorm. Zo mooi als hij erbij hing, vrijwel op stahoogte, goed bereikbaar... misschien was ik juist daarom nu wat slordig. Ik vergat om de zwerm eerst met de plantenspuit te besproeien, daar worden ze rustig van, en dus liep ik nu toch een paar steekjes op. Wel kon ik de bijen ter plekke meteen de kast in laten lopen die dezelfde avond nog naar de kasteeltuin in Neerijnen is gebracht.
Afgelopen zondag, 11 dagen later, was het tijd voor een controle van de zwerm. Ik stond weer versteld hoe voortvarend zo'n zwerm aan de gang gaat: ze hadden alle kunstraat uitgebouwd en ik telde al drie raten met gesloten broed. Dat kan alleen binnen 11 dagen als dit de voorzwerm was, met de oude koningin van het oorspronkelijke volk, want alleen een al leggende koningin gaat na zo'n korte onderbreking meteen door met leggen. De nieuwe koningin in nazwermen is nog onbevrucht en zou eerst nog 4 dagen geurloos rondlopen in het volk, dan 4 dagen op bruidsvlucht gaan en eenmaal aan de leg duurt het dan 7 dagen voordat er gesloten broed te zien is.
Zo'n zwerm volgt zijn natuurlijke aandrang en alles valt dan op zijn plek: de zwerm koos zelf instinctief het juiste moment en de beste samenstelling, de dracht en het weer waren ook gunstig en als ik dan als imker ook nog direct zorg voor goede huisvesting gaat zo'n nieuw volk als een speer. Dat moet ook wel want het is alweer bijna juli, voor de winter moet het volk op sterkte zijn en voldoende voorraden honing en stuifmeel hebben binnengehaald.
Morgen ga ik het volkje ruimte geven door er een nieuwe broedbak onder te zetten zodat ze hun bouwdrift verder kunnen uitleven.
Dat eindeloos durende koude en natte voorjaar heeft toch nog een bescheiden oogst opgeleverd. In de zelfplukboomgaard bij het Kloosterwiel haalden de bijen relatief goed en konden enkele tientallen potten met honing worden gevuld, met de kenmerkende lichtere kleur van wilgenhoning. In de kasteeltuin van Neerijnen en op Bommels Buiten in Oensel ging het vooralsnog wat minder, ook al doordat enkele volken zwermden. Hier volgen echter nog wel een verlate voorjaarsoogst resp. een zomeroogst.
Het blijft voorlopig nog koud maar de zon wordt sterker en dan vliegen de bijen massaal. Begin april gaat het vooral nog om stuifmeel, waarmee het volk na die lange winter op krachten komt. Stuifmeel is vooral eiwitrijk en geldt als bouwstof, nectar is meer een energierijke brandstof. De onderstaande video is gisteren genomen in de zelfplukboomgaard bij het Kloosterwiel. Als je de video af en toe pauzeert zie je duidelijk de klompjes stuifmeel op de achterpootjes in verschillende kleuren: helgeel voor wilg, oranje voor paardenbloem, zachtgeel voor esdoorn enz.
Hoe meer kleuren hoe beter natuurlijk, dat is de befaamde diversiteit waarvoor nu steeds meer aandacht is. Stuifmeel bestaat in allerlei kleuren en soorten, hieronder zie je een door imkers veelgebruikte stuifmeelkleurenwaaier.
![]() |
Ook in de kast zelf heerst nu ongeveer de buitentemperatuur maar de bijen kruipen dicht opeen in een bolvormige wintertros, ongeveer zoals pinguïns doen op de noordpool. Deze tros heeft een buitenmantel van roulerende, extra dicht opeengepakte bijen, alle met de kopjes naar het midden. Ze kruipen in de cellen van de raten en zitten dicht tegen elkaar samengepakt in de ruimten ertussen. Zo vormen ze een effectieve isolatiedeken die warmteverlies tegengaat.
Binnen die mantel moeten de bijen enige ruimte hebben om honing op te nemen, met hun vleugels lucht te circuleren en het eventueel al aanwezige broed te verzorgen. Het maakt wel verschil of er al een broednestje is of niet. Zo ja dan moet de nesttemperatuur op ca. 36 C gehouden worden, en anders kan de temperatuur in de tros naar beneden tot soms het uiterste minimum van ca. 18 C. Heel handig is het dus niet als een koningin zo vroeg al aan de leg is gegaan, veel imkers zien dit dan ook liever niet.
Hoe efficiënt ook, enig warmteverlies is er altijd dus moet er ter compensatie ook warmte worden gegenereerd. Dat doen de bijen binnen in de mantel door hun vleugelspieren razendsnel te bewegen, waarbij de vleugels zelf onbeweeglijk stil staan, iets wat ze ook gewend zijn om broed te verwarmen. De temperatuur van het borststuk kan dan oplopen tot ca. 40 C.
De keerzijde van het verhaal is dat er in een hete zomer juist warmte (en kooldioxide) moet worden afgevoerd. De kritische temperatuur is ook in dat geval weer die van het broednest: +36 C. De eerste maatregel is dat bijen buiten de kast blijven zodat hun eigen lichaamswarmte het niet nog erger maakt, je ziet ze dan buiten op de kastwanden zitten of in een flinke 'baard' aan de vliegplank hangen.
In de volgende stap vormen met hun vleugels waaierende bijen in de kast lange kettingen waarlangs de warme lucht richting de vliegopening wordt afgevoerd. Ook op de vliegplank zelf zie je ze dan nog waaieren. De snelheid van zo'n luchtstroom kan wel ca. 10 km/uur zijn. Als ook dat nog niet voldoende is wordt er actief warmte onttrokken door water te verdampen. Haalbijen worden dan ingeschakeld als waterdragers die soms wel een kilometer vliegen om hun tanks (de honingblaas) met water te vullen, dat in de kast door waaierende bijen wordt verdampt.
Ook in de winter is er water nodig, bijv. voor broedverzorging en om opgeslagen honing te verdunnen. Vaak volstaat dan het condenswater dat de bijen zelf produceren en dat in kleine druppeltjes neerslaat tegen de dakplank of de kastwanden. Imkers zullen dit soms bevorderen door plastic folie onder de dakplank te leggen, zodat alle condens de bijen ten goede komt.
(Bron: The Lives Of Bees, Thomas D. Seeley, 2019)
es wird Zeit für mich zu gehen...
Als de Bommelse Appeldag is geweest weet je dat het seizoen definitief voorbij is. Nu resten ons vooral nog die sombere, doodstille dagen waarbij de ochtendschemering ongemerkt overgaat in de avondschemering, zoals vandaag, met soms een constante, zacht druilende motregen, of juist woeste herfststormen, striemende slagregens, snerpende kou...nou ja, u weet het wel.
![]() |
Het weer was niet onaardig en de Bommelse Appeldag in de zelfplukboomgaard trok gemotiveerde bezoekers. Ook de laatste honing vond gretig aftrek. |
Boomgaardbeheerder Wouter van Teeffelen vertelde dat de vruchtzetting in april/mei van dit jaar niet optimaal was geweest, resulterend in minder fruit aan de boom. Hij heeft dit keer dan ook minder ruchtbaarheid gegeven aan de zelfplukdagen, waarbij ook vanwege de coronamaatregelen de opkomst nu eenmaal beperkt moest blijven. Een duidelijk waarneembare trend is wel het groeiende enthousiasme over het adopteren van een vaste, eigen boom die dan desgewenst zelf gesnoeid kan worden, eventueel na een snoeicursusje van Wouter.
In de imkerwereld bestaat er geen ander woord dat zo'n blije klank heeft dan 'brias'. Brias is de afkorting van BRoed In Alle Staten, dus gesloten cellen met broed en open cellen met larfjes en met eitjes. Als je dat in een kast aantreft weet je zeker dat er een leggende koningin is en hoef je verder niet meer te zoeken en het volk te storen.
![]() |
Pompoenen zover het oog reikt |
Zo langzamerhand is het bijenseizoen nu wel voorbij. Alleen op Bommels Buiten bij de Hurnsche Kil vliegen de bijen nog enthousiast, doordat er binnen een cirkel van amper 100 meter nog massaal planten in bloei staan. Volgend jaar wil ik proberen om het bloemige karakter van de tuin in de honingpotten te vangen. Dat zou moeten kunnen door rond half augustus alle honingramen uit de kasten te halen, alle daarna gehaalde nieuwe honing rond begin oktober te oogsten en dan de oude ramen weer terug te plaatsen.
De koninginnenteelt verliep dit jaar zeer voorspoedig. Op drie bijenstanden zijn nu negen volken ingewinterd, zes daarvan hebben een nieuwe koningin. Volgend jaar is dat gunstig, want volken met een jonge koningin hebben minder neiging tot zwermen en halen in het algemeen enthousiaster honing. Helemaal zeker is dat niet want volken kunnen gemakkelijk ontevreden zijn over zo'n 'gekweekte' koningin waar die imker zo blij mee is en dan kiezen voor eentje van eigen makelij (in een zgn. 'stille moerwissel'). We gaan het zien.
Twee volwaardige bijenvolken en een kweekvolkje voor een nieuwe koningin, midden in een veld vol wilde bloemen |
Pronkstuk op de kwekerij is de gerestaureerde en verbouwde vervallen kas, flink groot en hoog en geschikt gemaakt als accommodatie voor bijeenkomsten e.d. |
BommelsBuiten is de nog maar kort geleden opgezette groenten- en bloementuin die verbonden is aan het restaurant Bommels Bakhuys van Simon Fust en Carlijne van Santvoort aan de Gamerschestraat in Zaltbommel. Onder het motto ‘bewust, lokaal, ambachtelijk’ worden hier groenten en fruit gekweekt die dezelfde dag nog als ‘plat du jour’ op het bord van de gasten kunnen verschijnen.
![]() |
Een bruidsboeket van BloemenvanBuiten, gekweekt op de tuin (foto Aline Bouma) |
Bijen zijn hier natuurlijk op hun plek te midden van die weelde aan bloemen en planten. Maar zeker telt ook mee dat de vliegafstand tot de uitgestrekte Hurwenense uiterwaard (website zodenaandedijk) hier wel heel kort is: in de vroege lente duiken de bijen meteen over de dijk de wilgen en meidoorns in rondom de Kil, direct achter de dijk. En in de zomer groeit hier een grote variëteit aan bloemen en planten, op zo’n 450 ha puur natuur. Zie in de banner ook de pagina De bijenstanden per locatie.
![]() |
Een van de vele plassen in de Hurnsche Kil, een prachtig buitendijks gebied waarin je gemakkelijk een hele dag kunt ronddwalen |
![]() |
| ...fier in het gelid |
![]() |
| Zeven kastjes koel en donker weggezet in de achtertuin; achteraan drie 3-ramers, dan drie 6-ramers en vooraan het Kirchhainer kastje |
![]() |
| Deze kooitjes worden na de eerste vijf dagen rondom de doppen aangebracht, samen met wat honingdeeg zodat de koningin de eerste uren niet verhongert. |
![]() |
| In afwachting van de de bloei van bramen |